2* DEEP-SKY Features / Planetairy nebula


NGC 3132 Eight-Burst Nebula in The constellation Vela. 

At 89x the shape of the bright planetary nebula starts to get oval. The c.s.t. (central star) is easy to observe. There’s a small hollow space in the centre and using advert vision this space is surrounded by a brighter nebula part. At 142x the edges are sharp around the hollow space; the gap is filled with a faint haze. This gives me the impression of a brighter ring. The surface of the nebula has no sharp edges and looks diffuse. (The 12” Dobson was used in Belgium for the observation here described)

NGC 3132 Eight-Burst Nevel  in het sterrenbeeld Vela.Bij 89x is een heldere planetaire nevel. De vorm is rond tot ovaal met een cst (centrale ster) die gemakkelijk waarneembaar is. Een kleine holte kan waargenomen worden en bij perifeer kijken is de holte omringd door een helderder neveldeel. Bij 142x holte scherp afgelijnd met zwakke nevel gevuld. Oppervlakte schijfje is diffuus en niet scherp begrenst. Ring rond holte is duidelijk aanwezig. (Waarnemingen gemaakt met de 30 cm Dobson zijn gemaakt van uit België)

NGC 3242 Planetary Nebula in the constellation Hydra. 

Again a bright planetary nebula where the shape is a little elongated in the direction NW-ZE.The bright surface disk has sharp outer edges and hides the cst. There’s a faint outer ring at advert vision, magnification 142x. Its surrounds the bright disk and flows gently in to space. At 304x outer ring clear visible, there’s an impression of a tiny centre gap.

NGC 3242 Planetaire Nevel in het sterrenbeeld Hydra. 

Bij 89x heel heldere planetaire nevel een weinig ovaal die NW-ZO gericht is. De cst is niet zichtbaar en wordt overstraald door het egaal verlicht schijfje die scherp begrenst is. Bij 142x zwakkere buitenring die bij perifeer waarnemen het heldere kerndeel omvat. Bij 304x ring duidelijk aanwezig met een indruk van een kleine centrale holte.


NGC 4361 Planetary nebula in the constellation Corvus. 

An easy to spot disk with a round shape, the centre is a little brighter. At 142x the surface disk is still round with a brighter core. The outer edges are not sharp and there is no cst. visible. 


NGC 4361 Planetaire nevel in het sterrenbeeld Corvus. 

Bij 89x is de planetaire nevel goed haalbaar als een rond zwak schijfje met een wat helderder kerndeel. Bij 142x schijfje is niet scherp begrensd, vorm is rond met verheldering naar de kern toe. De cst is waarneembaar.


Deze maal duiken we heel laag zuidelijk in het sterrenbeeld Aquarius. Daar ligt het “oog van God” of ook de “Helixnevel” genoemd. 

De NGC 7293 met een grote van circa 16’ is de dichtst bijgelegen planetairenevel. Hij bevindt zich op circa 650 lichtjaar van ons en toont groots aan. Met de kleinste verhouding + OIII filter en beeldveld van 1° ontwaar ik een ronde nevelige massa. De randen vloeien een weinig uit en er is een zwakke aanwijzing van een ring met een donkerder centraal gebied. Na het opvoeren van de vergroting, in een beeldveld van 41’ komt de ware vorm naar voor. Grote, iets meer dan een derde van het beeldveld. Duidelijke ringvorm maar niet scherp begrenst en een weinig ovaal. Het ringgedeelde zelf verhelderd naar de binnenrand toe. Het donkerder centrale gebied is opgevuld met een nevelige massa. Deze centrale nevel bezit helderheidnuances maar geen al te grote contrasten onderling. Ten zuidoosten en ten noordwesten ontwaar ik een zwakke uitwaaiering van de ringdelen. Op die plaatsen is de ring ook veel zwakker en dit valt heel duidelijk op bij een vergroting van 200x met een beeldveld van 25’. Het beeldveld is nu bijna volledig gevuld met zwakke vormloze achtergrondnevel en deze omspant de veel heldere planetaire nevel. Duidelijke onderbrekingen in de ring, tamelijk scherp afgebakende buitenrand, zwakke sliertstructuren zijn waarneembaar in de ringen. Er is een groot onderscheid met het donkere centrale deel, waar de zwakke binnennevel aansluit aan de gekartelde binnenrand van de omliggende ring. De centrale ster is heel gemakkelijk haalbaar zonder filter. 

This time we dive very low in the southern constellation Aquarius. There you can find the "eye of God" or the beautiful "Helix Nebula". The NGC 7293 with a size of about 16’ is the nearest planetary nebula. It is located approximately 650 light years from us and shows big. With the smallest ratio + OIII filter and field of view 1° I perceive a round nebulous mass. Edges ar fanning a little and a weak indication of a ring with a darker central region is visible. After increasing the magnification in a field of 41', the true shape comes forward. The size is a little more than a third of this field. Clear ring shaped but not sharply limited and a little oval. The ring itself becomes brighter to the inner edge. The darker central area is filled with a nebulous mass. This central nebula possesses brightness nuances but not a to big contrasts between them. Southeast and northwest I perceive a weak fanning out of the ring segments. In these places, the ring is also much weaker, and this is very clearly at a magnification of 200x with a field of view 25 '. The field is almost completely filled with weak shapeless nebula background and spans the bright planetary nebula in total. Clear breaks in the ring, rather sharply demarcated edge, faint wisp structures are observed in the rings. There is a big difference with the dark central part, where the weak inner nebula connecting the serrated inner edge of the surrounding ring. The central star is easily achievable without filter. 

Het object die we nu zullen observeren is heel zwak, dus zet jullie maar schrap en schroef de UHC of OIII filter nu maar op het oculair. Zonder deze filters en een heel donkere transparante hemel is er niets te bespeuren. Een 40cm telescoop is een minimum liefst met een kleine F-verhouding onder de F/5! Het gaat om de SH2-188 of Simeis 22. Een L-vormig planetaire nevel op 1°.4' van de NGC 457. Na het invoeren van de nodige coördinaten komt er op aan om eerst een bepaald sterren patroon op te zoeken. Dit met of zonder LPR en liefst een groot beeldveld, 1° is oké. Het eerste obstakel dat je moet verwerken, is de hoeveelheid aan sterren in het beeldveld. Meestal ga ik dan via de sterrenkaart op de pc de grensmagnitude instellen op een lagere waarde. Dit rond magnitude 12 a 12.4. Dit verminderd sterk het aantal sterren en verbeterd zo het algemeen overzicht. Door dit toe te passen breng ik de helderste sterpatronen naar de voorgrond. Vergeet niet dat het beeldveld op je pc, best dezelfde grote bezit of dicht in de buurt komt met het beeldveld van het gebruikte oculair. Zoek nu voor herkenbare sterpatronen tussen kijker en pc-scherm. Als je montering goed is uitgelijnd zou je via GoTo heel dicht bij het object moeten uitkomen. Zonder GoTo, is het ster hoppen tot aan de opvallende NGC 457 en dan 1°.4 oostwaarts bewegen tussen de sterren. Eens de locatie met zekerheid herkend wordt, centreer je nu het gebied in het beeldveld. Verwissel van oculair liefst met OIII en ga onmiddellijk naar een beeldveld van circa 45'(113x met de 20”Newton). Geef je ogen even de tijd en er zou een zwak licht balkje, zichtbaar moeten worden. Dit diffuse nevelbalkje is oost-west gericht en circa 2.5' lang. Visueel is dit voor mij het helderste deel van de L-vormige nevel. Ga nu opzoek om de afbuiging richting noord te vinden. Dat is waar perifeer waarnemen een nood wordt. Met toepassen van deze techniek kon ik een extreem zwak vormloos vlekje ontwaren. De twee delen waren niet met elkaar verbonden maar de locatie tussen de sterren was perfect zoals op de sterrenkaarten. Nu de nieuwsgierigheid aangewakkerd is en het object met zekerheid haalbaar is, moet er meer uit te halen zijn. Dus 188x was de logische stap om de geheimen van deze planetaire nevel verder te ontrafelen. Onmiddellijk viel het eerste licht op van het helderste balkje. Dit neveltje bezit een korrelachtige structuur met enkele fijne fonkelende sterretjes ingebed. Het nevelbalkje toont nu iets langer, circa 3.5' en waaiert randloos uit in de ruimte. Het noordelijk gericht deel is waarneembaar zonder perifeer kijken maar blijft een moeilijk nevelstrookje. De grote schat ik op 2', de twee delen sluiten nog steeds niet aan elkaar. Een heel zwakke achtergrond nevel is waarneembaar bij perifeer waarnemen, deze volgt wel de L-vorm die de planetaire nevel bezit op foto's. Na verder uitvergroten kwamen er geen nieuwe details vrij.

Drawing made at the observatory from the planetary nebula Sh2-188. 20" Newton+OIII

And now we go for something very weak and difficult object. So, you better brace your selfs and screw the UHC or OIII filter now at the eyepiece. Without these filters and a very dark transparent sky there will nothing to see. A 16" telescope is a minimum preferably with a small F ratio under F/5! It involves the SH2-188 or Simeis 22. An L-shaped planetary nebula at 1°.4 'of NGC 457. After entering the necessary coordinates it comes down to find a particular star pattern. This with or without LPR and a large field, 1° is okay. The first obstacle that you need to handle is the amount of stars in the field. Usually what I do then, I set the magnitude to a lower value so the display on the PC is simplified. I put the magnitude around 12 a 12.4. This greatly reduced the number of stars and improves the general overview. By applying this you bring the brightest star patterns to the foreground. Remember that the image field on your pc, should be the same or close to the field of view of the eyepiece you use. Search now for recognizable star patterns between telescope view and PC screen. By using GoTo and If your mount is perfectly aligned you will be very close to the object. Without GoTo, is the star hopping to the striking NGC 457 and then move eastwards 1°.4' among the stars. Once you are familiar with the star field and the starpaterns, center the area in the field. Change the eyepiece, preferably with OIII and go immediately to a field of view of approximately 45 "(113x with 20" Newton). Give your eyes a moment and look for a faint light bar, this should become visible. This diffuse nebula bar is oriented east-west and about 2.5 "long. Visually is this for me the brightest part of the L-shaped nebula. Now look for the other part bended in the direction north. That's where peripheral vision becomes a must. By using this technique, I was able to discern extremely weak formless spot. The two parts were not connected but the location was perfect as shown in the star charts. Now that the curiosity is sparked and the object is certainty feasible, there must be more to see in this dim object. So 188x was the logical step to further unravel the secrets of this planetary nebula. Immediately the first light of the brightest bar was visible. This hazy structure has a granular texture with some fine sparkling asterisks embedded. The fuzzy bar shows now an little longer, approximately 3.5' and fan borderless out into space. The northern part is perceptible without peripheral vision but it remains a difficult misty freckle. I estimate the size 2', the two parts are still not connected to each other. A very weak background nebula is visible in peripheral vision, it follows the L-shaped nebula that is visible on photographs. After further enlarge were no new details to discover.

Picture taken with the 20" Newton, you find the NGC 2438 a little above center on the left side.

Deze maal wil ik u meenemen naar Puppis waar je twee mooie Messier objecten kan terug vinden. Beiden komen nog hoog genoeg boven de horizon in België en hun helderheid is zeker een voordeel. De M46 en de M47 zijn beide twee heldere sterrenhopen, zij liggen circa 1.3° van elkaar in bijna oost westelijke lijn. De M47 is de helderste van de twee met een magnitude van 4.4 en een grote van 29’ is dit object reeds een juweeltje om waar te nemen. Maar waar het echt omgaat, is hier de M46 met de planetaire nevel NGC 2438. De M46 op zijn beurt vind ik persoonlijk indrukwekkender dan zijn buur. Hij bezit dan ook circa 3.5 maal meer cluster leden dan de M47, namelijk een honderdtal fijne twinkelende diamanten in een diameter van 27’. Hij vraag wat meer kijker opening om volledig tot zijn recht te komen. Laten we zeggen een 20cm bezorgd je reeds een spectaculair zicht en als ook de eerste duidelijk tekenen van de NGC 2438. Wie een OIII Filter bezit zal daar zeker veel baadt bij hebben. Ga maar eens op zoek ongeveer 4.5’ ten noorden van het center, daar zal je een mooi rond schijfje vinden die tamelijk homogeen verlicht is en enkel wat verdonkerd naar het center toe. Volgens opgezochte literatuur zou de planetaire nevel niet bij de M46 horen daar er een snelheidsverschil is van 30km/seconde tussen de groep en de nevel. Met de 20” Newton vertoont de planetaire nevel zich als een grote schijf tussen een zee van sterren. 3 sterren zijn waar te nemen in de nevel waarvan één bijna centraal. Helderheid nuances binnenin de circulaire nevel verdelen de planetaire nevel in stukken. Het contrast met de achtergrond is groot en een grote centrale holte wordt zichtbaar, deze bedraagt bijna 1/3 van de totale omvang. 

This time I want to take you to the constellation Puppis, there you will find two beautiful Messier objects.
Both are still high enough above the horizon in more northern country's and their brightness is definitely an advantage. The M46 and M47 are both two bright star clusters, they are approximately 1.3° apart in almost east-west line. The M47 is the brightest of the two with a magnitude of 4.4 and a size of 29 ', this object is already a gem to perceive. But the real deal, here is the M46 with the planetary nebula NGC 2438. The M46, in turn, I personally find more impressive than his neighbor. He has therefore about 3.5 times more cluster members than the M47, namely a hundred delicate twinkling diamonds in a diameter of 27 '. The cluster needs a little more telescope opening to fully appreciate. Let's say a 6" will provide you already with a spectacular view and also the first clear signs of NGC 2438. Whom owns an OIII filter will certainly be seeing more than without the use of a filter. Go and have a look about 4.5 "north of the center, where you will find a nice round disc, fairly homogeneously illuminated and darkening slightly the to center. According to searched literature, the planetary nebula in M46 does not belong to the group, there is a speed difference of 30km/seconde between the group and the planetary nebula. 

NGC 2438 is a planetary nebula in the constellation of Puppis. It was discovered in 1786 by William Herschel, a German-born British astronomer. The central star, a very small dim blue star, of this planetary nebula has a magnitude of approximately 17. This glowing bubble of hydrogen and helium gases was cast off by the dying central star several hundred thousand years ago. It lies in the foreground (2,900 light-years away) of the young and energetic stars of the much more distant M46 (a star cluster). With the 20 "Newton shows the planetary nebula itself as a large disk in the middle of a sea of stars. 3 stars can be observed in the nebula which are almost central. Nuances in brightness inside the circular planetary nebula divide it into pieces. The contrast with the background is large and a large central cavity is visible, the dark area is almost one third of the total volume.

NGC 2438 is een planetaire nevel in het sterrenbeeld Puppis. Deze werd ontdekt in 1786 door William Herschel, een in Duitsland geboren Britse astronoom. De centrale ster, een zeer kleine blauwe ster van deze planetaire nevel heeft een magnitude van ongeveer 17.
Deze gloeiende bel van waterstof en helium gas werd uit geworpen door de stervende centrale ster een paar honderd duizend jaar geleden. Het ligt op de voorgrond (2900 lichtjaar) van de jonge en energieke sterren van de veel verder gelegen M46 (een ster cluster). Met de 20 "Newton toont de planetaire nevel zelf als een grote schijf in het midden van een zee van sterren. 3 sterren kunnen worden waargenomen in de nevel die bijna centraal liggen. Nuances in helderheid in de circulaire planetaire nevel verdelen deze in afzonderlijke gebieden. Het contrast met de achtergrond is groot en er is een grote centrale holte zichtbaar is, het donkere gebied beslaat bijna één derde van het totale volume.


Wanneer je de planetaire nevel NGC 246 in het beeldveld ziet verschijnen van de telescoop die gewapend is met de OIII, wordt het pas duidelijk hoe mooi deze is. Enorme grote schijf met tamelijk scherpe rand die wat helderder is dan de ingesloten nevel. Zwakke helderheid nuances zijn zichtbaar in de binnenruimte van de planetaire nevel. Ten oosten is er een kleine onderbreking te observeren en de centrale ster is een mooie bonus om het plaatje volledig te maken.

When you have the planetary nebula NGC 246 in the field of your telescope armed with the OIII, it becomes clear how beautiful it is. Huge big disk with fairly sharp edge which are slightly brighter than the enclosed nebula. Weak brightness nuances are visible in the interior of the planetary nebula. To the East there is a small gap to observe and the central star is a nice bonus to make the picture complete.





sasteria 2015