4* DEEP-SKY Features / Nebula's


De mooie winterhemel is er terug. De heldere sterrenbeelden omsluieren de winter melkweg en verbergen een aantal mooie deep-sky objecten. Enkele fantastische knallers liggen zo voor het rapen. Messier objecten zijn er voldoende aanwezig en alsook heldere NGC objecten Bvb: de Rozet nevel met een heel mooie heldere centrale sterrenhoop. De indrukwekkende sterrenhoop NGC 2264, omgeven door zwakke nevelslierten die deel uitmaken van het nevelcomplex SH2-273. Aan de zuidelijke rand van dit nevelcomplex, bevindt er zich iets mooi en mysterieus. Hubbel’s Variabele emissie en reflectie nevel, de NGC 2261. Deze werd ontdekt in 1783 en word opgelicht door R-Mon. De ster zelf is waarschijnlijk omgeven door een dichte stofwolk. Daardoor veranderd het uitzicht met tijd maar blijft de ster verdoken voor het oog. Op ongeveer 1,2° ten zuiden van de NGC 2264 kunt u deze pijlpunt vormige nevel terug vinden. Een object dat vraagt om jaarlijks eens meerdere malen de telescoop op te richten en je waarnemingen te vergelijken met vorige sessies. In het beeldveld ontwaar ik met de LPR-filter een zwak langwerpig neveltje met heldere tip waar de ster R-Mon verdoken ligt. Bij grotere verhoudingen komen wat meer details vrij en soms zijn deze heel gemakkelijk haalbaar. U kunt dan een pijlpuntvormige nevel ontwaren Z.Z.O. gericht. Aan de N.N.O kant waaiert de brede zijde van de pijlpunt geleidelijk uit in de omliggende ruimte. Het helderste deel bevindt zich meestal rond de ster R-Mon. Het oplichten van het driehoekige neveltje kan heel afwisselend zijn. Er kunnen zwakke nevelslierten in voorkomen of volledig homogeen verlicht zijn. Soms gewoonweg bijna niet visueel haalbaar met enkel een zwakke markering in V-vorm. Mijn eerste waarneming van beide variabelen dateert van 1998 februari. Laatste waarneming verricht in het begin van 2013 laat de nevelige pijlpunt zien zoals op de foto rechtsboven. Enorm detail rijk en heel helder, eerste maal dat ik de nevel zo helder kan waarnemen. Laat u zeker niet afschrikken om dit fenomeen op te zoeken. Bepaalde momenten is een 20cm kijker voldoende om het zwakke licht van deze spookachtige nevel op te vangen. Na deze mysterieuze nevel gaan we op zoek naar een andere Variabele nevel. 

Hind’s variabele reflectie nevel in het sterrenbeeld Taurus. De NGC 1554/55 bij ster T-Taurus heeft zijn naam te recht verdiend. Het is een heel moeilijke nevel die minimum om een 40cm kijker vraagt en een pikdonkere hemel. Meerdere malen heb ik het heel moeilijk met de 50cm Newton. De nevel werd ontdekt in 1852 en staat circa 600 Lichtjaren ver. Wanneer de nevel opgelicht wordt door T-Tau en een heldere periode doorloopt, kan ik bij 200x met UHC details ontwaren. Het neveltje heeft de indruk van 2 losse delen te bezitten. Het helderste deel is gelokaliseerd ten Westen van T-Tau. Heel dicht aanleunend tegen de ster, observeer ik een zwakke verheldering in de vorm van een cirkelsegment. Dit sluiertje maakt deel uit van een heel zwakke schijf die de ster omsluiert. Heel goed vergelijkbaar met sommige kleine diffuse neveltjes met centrale ster. Ongeveer 2’ NW ontwaar ik een heel zwak grijsachtig wolkje, dit is alleen perifeer waar te nemen en niet prominent aanwezig. Al bij al zijn de grootste veranderingen meestal in het westelijke deel van het nevelschijfje. Een mooi object om fotografisch de veranderingen op te volgen. 


The beautiful winter sky is back. The bright winter constellations are accompany by the Milky way and hide some pretty deep-sky objects. Some fantastic objects are there to grab. A hand full of Messier and NGC objects are present so the choice is up to you. For instance the Rosette nebula with a very nice bright central star cluster. The impressive cluster NGC 2264, surrounded by faint wisps of mist that are part of the complex nebula SH2-273. On the southern edge of this nebula complex, there is something beautiful and mysterious. Hubble's Variable emission and reflection nebula, NGC 2261. This was discovered in 1783 because it lit up by the light of R-Mon. The star itself is probably surrounded by a dense cloud of dust. Therefore it changed the view with time but the star remains hidden to the eye. About 1.2° south of the NGC 2264 you can find this arrowhead shaped nebula. An object that requires several times annually to point the telescope on it. It gives you the possibility to compare your observations with the previous sessions. In the field I perceive with the LPR filter a weak elongated nebula patch with bright tip where the star R Monoceros is located. Bigger magnifications shows you more details and sometimes these are easily achievable. Than you can see an arrowhead shaped misty shape SSE-oriented. On the NE side of the arrowhead also the broad side of the arrowhead gradually fan out into the surrounding space. The brightest part is usually located around the star R Mon. The illumination of the triangular shaped nebula can be quite varied. There may be faint wisps of mist visible in the nebula or completely homogeneous illuminated. Sometimes just barely visually with only a faint mark in V-shape. My first observation of both variables was conducted in 1998 February. The last observation I made from the nebula is in the beginning of 2013. First time I see the nebula so bright, take a look at the picture top right and that is what I can see with the 20" Newton. Allot of details, bright body and a dimmer part of the nebula is fanning out in space, marvelous view!  Don't let you deter to search for this phenomenon. Certain moments a 8" telescope is enough to catch the weak light of this ghostly haze. After this mysterious nebula we go in search of another Variable nebula.

Hind's variable reflection nebula in the constellation Taurus. The NGC 1554/55 close star T-Taurus has earned his name right. It is a very difficult nebula at least a 16" telescope and a pitch black sky is a must. Several times I have it very hard to observe it with the 20" Newton. The nebula was discovered in 1852 and is approximately 600 light years distant. When the nebula was lit up by T-Tau and passes through a bright period, I can discern details at 200x with UHC. The nebula has the impression of two separate parts. The brightest part is located west of T Tau. Very close leaning against the star, I perceive a faint brightening in the shape of a circular segment. This veil is part of a very weak disc that circles the star. Quite similar to some small diffuse nebula with a central star. Approximately 2' NW I perceive a very faint grayish cloud, this is only peripheral to observe and not prominent. Although, the biggest changes are mostly visible in the western part of the nebula disc. A beautiful photographic object to follow up and see the changes. 





Mc Neils Nebula.

Wat kan men nu waarnemen van deze geboorte van een ster? De 20” Newton F/4.5 werd ingeschakeld en met een druk op de knop naar het object gestuurd. Wel één ding is zeker, het gebied waar het neveltje zich bevindt heeft heel wat te bieden. Ik denk dat iedereen de M78 kent. Een tamelijk heldere nevel in het oostelijke deel van Orion. Een vormloos nevelvlekje in kleine kijkers met een zwakke verheldering naar het center. In grote kijkers veranderd dit vlug naar een uitgebreide nevel die ten NNW tamelijk scherp afgebakend is door een donkere stoflaan. De andere randen waaieren uit in de ruimte. Je zou het kunnen vergelijken met zonnestralen die tussen de wolkenvelden doorschijnen. De nevel verheldert heel duidelijk in het noordwestelijke deel van de nevel. Het contrast met de donkere stoflaan is dan ook het groots aan de westzijde van de nevel. Iets verder westwaarts vinden we de NGC 2067. Een heel wat zwakkere nevelsliert die aanleunt tegen de donkere stoflaan. Aan deze zijde is het contrast het grootst en valt de nevel tamelijk goed op. De nevel is tamelijk scherp begrenst in het oosten en waaiert randloos uit in de ruimte ten westen. Zwakke verheldering in een sliert-vormige band dicht bij de stoflaan. De stoflaan kon ik verder volgen richting zuidwaarts tot aan een zwak vormloos vlekje. De NGC 2064 nog steeds goed haalbaar zonder perifeer kijken. Een heel zwakke kern verheldering was waarneembaar. Langs beide zijden bij perifeer waarnemen donkere stofwolken waar te nemen die aansluiten tegen het neveltje. De stoflaan was nog heel zwak te volgen en stuurde mij perfect naar het zwakke sterren paar waar ten westen de “McNeil's nevel” zou moeten liggen. Met de kleinste verhouding van 64x met LPR filter, niks op te merken. Dus er zit niks anders op dan het grote geschut uit te halen en een vergroting van 113x toe te passen met de dezelfde filter en een beeldveld van 43'. Aha! Daar is het eerste bewijs van een extreem zwak vlekje op de correcte plaats volgens een foto opname. Perifeer waarnemen is geen overbodige luxe. Misschien een andere filter proberen. De UHC leverde het zelfde beeld op en de OIII en H-beta filter leverden niks op, zoals gedacht. Dus enige oplossing was, een versnelling hoger schakelen en 188x vergroten met een beeldveld van 22'. Opnieuw de LPR filter opgeschroefd en dit was duidelijk de beste verhouding om het heel zwakke neveltje waar te nemen. De vorm was nog steeds moeilijk te bepalen bij direct waarnemen. Bij perifeer kijken kon ik een langgerekte vorm waarnemen. Het was net een balk met onscherpe randen. Meer was er niet te bespeuren maar wel voldoende voor een geslaagde jacht. Deze waarneming kan ik vergelijken in moeilijkheidsgraad met het waarnemen van de SNR Cassiopeia A. Even de ogen laten rusten en naar het noordelijke deel afzakken boven de M78. Daar bevindt zich de NGC 2071, een nevel die de ster HD290861 omspant. Goed haalbare nevel met verheldering dicht bij de ster. De nevel waaiert uit ten oosten van de ster en verdwijnt langzaam in de ruimte. De vorm komt 3-hoekig over en kleeft met de langste zijde tegen de ster aan. De M78 en de NGC 2071 zijn verbonden met heel zwakke achtergrond nevel die op verschillende plaatsen donkere gebieden vertoont. Het neveltje werd verschillende avonden opgezocht ter controle en is telkens terug gevonden op dezelfde locatie. 

Enkel met de C11 XLT was het neveltje niet met zekerheid geobserveerd. Alhoewel de twee dichtbijgelegen zwakke sterren mij begeleiden naar de plaats van de nevel. Kon ik dus niks met zekerheid waarnemen. De andere 4 nevelgebieden waren geen probleem. De donkere stoflaan was enkel zichtbaar tussen in de M78, NGC 2067en de nevel NGC 2064. De donkere stofwolken bij de NGC 2064 waren enkel perifeer waar te nemen. De zwakke nevel die de M78 met de NGC 2071 verbindt was niet haalbaar. Ja, voor Deep-Sky is spiegel oppervlak een belangrijke factor. Dit bewijst deze waarneming opnieuw. Dit gebied in totaal heeft iets voor elk type kijker om waar te nemen. Beginnend met de M78 en opgaande in moeilijkheidsgraad tot en met de McNeil's nevel. Dus aan u om deze uitdaging aan te gaan. Je zal verbaast staan als je het gereflecteerde licht van het gebied rondom de M78 onder de loep neemt. Verdraagt tamelijk grote verhouding.    


What can one observe of this birth of a star? The 20 "F/4.5 Newton was a necessary tool for this faint object, so with a push on the button the telescope was moving to object. But one thing is certain, the area where the nebula is located has a lot to offer. I think everyone knows the M78. A fairly bright nebula in the eastern part of Orion. A formless misty spot in small telescopes with a weak clarification to the center. In larger telescopes it quickly changed in to an extended nebula. In the NNW the nebula is fairly sharply demarcated by a dark dust lane. The other edges of the nebula fan out into the space. You could compare it with sun-rays shining through a cloud fields. The nebulas brightest part lies in the northwestern area of the nebula. The contrast with the dark dust lane is obvious on the West side of the nebula. A little further westward we find NGC 2067. A lot weaker nebula string that leans against the dark dust lane. On this side, the contrast is greatest, and the nebula is good observable. The nebula has a rather sharp boundary in the East and fan out borderless in the area to the West. Weak clarification in a wisp-shaped band near the dust lane. I could follow the dust lane going the direction southward to a weak formless spot. The NGC 2064 is still achievable without peripheral vision. A very weak nuclear brightening was observed. Peripheral, along both sides of the nebula I could observe dark dust clouds leaning against the nebula. The dust lane was still very weak to follow and sent me to the perfect pair of faint stars where to the West "McNeil's nebula" should lie. With the smallest ratio of 64x with LPR filter, nothing to notice. So there is nothing else than increasing the magnification to 113x the same filter is used with a field of view of 43'. Aha! That is the first evidence of an extremely weak spot at the correct location according to a photograph. Peripheral perception is not a luxury. Maybe I try a different filter. The UHC yielded the same image, the OIII and H-beta filter where not good to use, as expected. So the only solution was to gear up and go to 188x with a field of view of 22'. Again the LPR filter was used and this was clearly the best ratio to perceive the very weak nebula. The shape was still difficult to determine by direct observation. In peripheral vision, I could perceive an elongated shape. It was just a bar with blurry edges. More was not to be seen but enough for a successful hunt. I can compare this observation with the difficulty of observing the SNR Cassiopeia A. Now a little rest for the eyes, and I go to the northern weaker part,north weaken north to the M78. There is the NGC 2071, a nebula that spans the star HD290861. Easy to observe nebula with the brightest part close to the star. The haze spreads out to the east of the star and disappears slowly in space. The shape looks 3-angled and sticks with the longest base line against the star. The M78 and NGC 2071 are associated with very weak background haze and dark areas appear in different places. On different evenings I sought this nebula just to be sure about my observation. Every time I found the nebula in the same location. 

Only when I used the C11 XLT I was not sure that I have seen the Mc Neils nebula. Although the two nearby faint stars guided me to the place of the nebula. So I could perceive nothing with certainty. The other 4 nebula areas were not a problem. The dark dust lane was only visible in the area between the M78, NGC 2067en the nebula NGC 2064. The dark dust clouds in NGC 2064 were only peripheral to perceive. The faint nebula M78 which connects with NGC 2071 was not feasible. Yes, for Deep-Sky mirror surface is an important factor. This proves this observation again. This area in total has something for every type of viewer to discover. Starting with the M78 and rising in difficulty to the McNeil's nebula. So to you to live up to this challenge. You will be surprised what the reflected light from the area around the M78 will show in your telescope. Tolerates fairly large magnifications.

Tijdens de maand februari zijn er heel wat mooie deep-sky objecten zichtbaar. Als je wat rond zwerft in het gebied Orion, Monoceros, Lepus en Canis Major, waan je zich al vlug in de zevende hemel. Je vindt er zo wat alles, van planetaire nevels, emissie en reflectie nevels tot melkwegstelsels. Ook enkele mooie sterrenhopen omgeven door nevel, bijvoorbeeld de Cone nevel (NGC 2264) of de Rosette nebula ( NGC 2237 + 2244). Beiden bezitten ze heldere cluster leden omgeven door een nevel. Maar de Rosette nebula verslaat toch alle verbeelding. Met gebruik van de kleinste verhoudingen met een LPR filter is het donkere center met een pak sterren volledig omgeven met een nevel. Het is net alsof de nevel weggeblazen word van uit het center. De nevelopening komt tamelijk rond over. Het is net alsof er nog stralen te zien zijn in de dicht omliggende nevel rond de opening, waarschijnlijk het gevolg van het ontstaan van de nieuwe sterren. Met de OIII filter en een beeldveld van bijna 1° volgen de neveldelen elkaar op. In een gebied van circa 2° observeer ik donkere nevelsluiers die met elkaar verbonden zijn zoals een net. Ze doorklieven de heldere neveldelen en verdelen deze in geïsoleerde onderdelen. De opening is niet meer rond maar eerdere hoekig, dit bewijst dat de Ha-zones geconsenteerd verdeeld liggen in de nevel.  Deze compacte en helderder delen zijn goed waarneembaar ten noordwesten van de opening en deze delen vormen bijna een hoek van 90° in de opening.

The Rosette nebula is a fantastic object to observe. With a LPR filter the nebula comes to live. The dark inner center is pact with bright stars and surrounded with a bright nebula. Its as of the nebula is blown away from the centre and there is still evidence visible of this tremendous force of new born stars. It look like rays moving from the center to the outer layers, this is most visible in the inner part of the nebula. When I use the OIII filter a total different nebula becomes visible. In an area of 2° I observe wispy nebula parts who are connected with each other like a fishnet. They divide the brighter nebula parts and distribute it in isolated parts. The opening is not circular but more angular, this proves that the Ha-area's are more concentrated in zones who are divided in the surrounding nebula. Those compact and brighter parts are well observable northwest on the edge of the opening. These parts are forming an almost 90° angle.

Wie een donkere zuidelijke hemel bezit kan ook eens Thor’s Helmet proberen. Dit prachtige object ligt circa 15000 lichtjaren ver van ons en is ongeveer 30 lichtjaar in omvang. Deze emissie nevel bestaat uit 2 onderdelen die gezamenlijk een mooi deep-sky object vormen. De NGC 2359 & IC 468 zijn moleculaire wolken die in de buurt liggen van een Wolf-Rayet ster. Deze massieve (+ 20 zonsmassa’s  sterren bevinden zich in een normaal stadium of hun evolutie. Het bijzondere is dat ze sterke zonnewind ontwikkelen waardoor ze opvallen door hun breed spectrum van heel heldere emissie lijnen. Deze sterren verliezen vlug hun massa en beïnvloeden zo de moleculaire structuur van de bijgelegen gaswolk. Deze sterke winden veroorzaken de indrukwekkende boogvormen en de uitgerekte nevelslierten door immense schokgolven. Eigenlijk zijn deze sterren supernova’s in wording. Maar het bijzonderste voor ons deep-sky observeerder, is hoe het object zich voordoet in de kijker. Ik vind een verhouding waar het beeldveld ongeveer 40’ hemel bevat het best. De nevel is dan ongeveer 20’ groot met gebruik van een OIII filter. Wat mij onmiddellijk opvalt, is het nummer 6, deze bevat de ovaalvormige kern en een uitwaaierende nevelsliert richting west. Dit is het helderste deel en bezit ook de meeste details van de nevel. In het circa 4’ grote centrum zie ik een nevelige opening omgeven door concentrische nevelslierten. Een helder exemplaar start aan de heldere Wolf-Rayet ster, HD 56925 en buigt noordwaarts af om dan ten oosten aan te sluiten op het figuur nummer zes. Een tweede nevelsluier omsluit de Wolf-Rayet ster en loopt volledig door westwaarts om het nummer 6 af te baken. Maar wat dit complex mooi maakt is de zwakkere neveldelen die zich in de vier windrichtingen uitstrekt. Ten noord westen vinden we het tweede helderste deel die tamelijk scherp is afgebakend. De arm ten zuid oosten is veel zwakker en vloeit randloos over in de ruimte. Dit kan ook gezegd worden van de aansluitende IC 468. Duidelijk aanwezig als groot boogvormig object uitvloeiend in de achtergrond. Voor wie geen GOTO montering bezit kan starten vanaf de M50 (mag:5.9). Vertrek dan Zuidoost en na 3.5°, heb je de NGC 2353 (mag:7.1) dan verder ZZO 3.8°, om te stranden bij de NGC 2374 (mag:8). Eens deze sterrenhoop in beeld dan 1.3°, naar het westen en je hebt Thor’s Helmet in beeld.

During the month of February, there are a lot of beautiful nebulae visible. If you wander around in the area Orion, Monoceros, Lepus and Canis Major, you are soon imagine you are in heaven. You can find pretty much anything, from planetary nebulae, emission and reflection nebulae to galaxies. Also some nice clusters surrounded by nebula, for example the Cone Nebula (NGC 2264) or the Rosette Nebula (NGC 2237 + 2244). Both comprise bright cluster members surrounded by a nebula. But the Rosette nebula still beats all imaginations. Using the smallest ratio + OIII filter and a field of almost 1° the misty parts follow each other up. In an area of ​​approximately 2° I observe dark mist lanes which are connected to each other, such as a net. They cut through the bright nebula divide and distribute it in isolated parts. (20 "Newton magnification 69x)

Who owns a dark southern sky can also try once Thor's Helmet. This beautiful object is located approximately 15,000 light years away from us and is about 30 light years in size. This emission nebula consists of 2 parts which together form a beautiful deep sky object. The NGC 2359 and IC 468 are molecular clouds that are close to a Wolf-Rayet star. This massive (+ 20 solar masses) stars are in a normal stage of their evolution. The special feature is that they develop strong solar wind that makes them stand out for their broad spectrum of very bright emission lines. These stars quickly lose their mass and thus influencing the molecular structure of the adjacent gas cloud. These strong winds cause the impressive arches and elongated nebula wisps by immense shock waves. Actually, these are supernovae stars in the making. But the most important for us deepskyers is how the object occurs in the spotlight. I think a magnification that's provide you a field of about 40' is the best. The haze is less than about 20' with the use of a OIII filter. What I immediately noticed is the number 6, which contains the oval nucleus and a wisp of nebula moving direction west. This is the brightest part and also owns most of the details of the nebula. In approximately 4' wide center I see a misty haze surrounded by concentric misty whorls. A bright misty wisp start at the bright Wolf-Rayet star, HD 56925 and bends northwards and then east to connect to the figure number six. A second haze surrounds the Wolf-Rayet star and runs completely westward to complete the number 6. See drawing made here at the observatory. But what makes this nebula complex beautiful is the weaker nebula parts that are directed in the four corners. North west we find the second bright haze that is fairly sharply defined. The arm south east is much weaker and borderless flows into the space. This can also be said of the IC 468 who stick against the NGC 2359. the IC is clearly visible as large arc segment that flows out in the background. For them whom have no GOTO mount, you may start from the M50 (magn: 5.9). Move now 3.5° South and after, you have the NGC 2353 (magn: 7.1) than go 3.8° SSE further, to reache the NGC 2374 (magn: 8). Once you have this cluster in in the field than move 1.3°, to the west and you have Thor's Helmet in your field.

Wanneer Cassiopeia terug in het zenit vertoeft, is het moment daar om het zwakste lichtdeeltje opgevangen door de spiegel te ontleden. De reflectie nevel VDB1. Je kunt dit neveltje vinden op circa 25' ten ZZO van de heldere ster Beta-Caph. Ga op zoek naar 3 sterren met een magnitude die schommelt tussen 8,3 en 8,7. Dus tamelijk helder en dicht bij elkaar in een gebied van 2'. De 3 sterren vormen een soort pijlpunt die NNO gericht is. Wanneer je de sterren in het vizier hebt al naargelang de kijker opening zou je een vormloos neveltje moeten zien rond de sterren. Vanaf  een 30 cm objectief, moet er wat detail beginnen opduiken in de vorm. En vanaf 40cm moet het mogelijk zijn om helderheid nuances waar te nemen. Met de 20” Newton is het nevelcomplex heel gemakkelijk haalbaar. De rond overkomende nevel bezit een inkeping ten NW en maakt zo plaats voor 2 hoofddelen. Een deel die de tip van de pijlpunt omspant en een tweede deel die de basis van de pijlpunt omspant. De helderheidstoename van de nevel rond de sterren valt heel goed op en vertoont een zwakke aanzet tot sliert vorming. De randen van de reflectie nevel zijn tamelijk uitgelijnd om dan plots heel zwak uit te waaieren in de achtergrond. Waarneming verricht met LPR en 188x vergroting met een beeldveld van circa 26'. Geschatte grote van het helderste deel circa 4’.


Drawing made at Sasteria with the use of the 20" Newton and LPR filter.

Now that Cassiopeia back in the zenith lingers, it is time to bring the weakest particle of light absorbed by the mirror to analyze. We start with the reflection nebula VDB1

You can find the nebula at approximately 25 'to the SSE of the bright star Beta-Caph. Look for 3 stars with a magnitude which varies between 8.3 and 8.7. Therefore fairly bright and close to each other in an area of 2'. The 3 stars form an arrowhead that NNE oriented is. When you see the stars in your sights depending on the size of you scope. You would be able to detect a shapeless fuzzy haze around the stars.
From a 12" objective, their must be some detail start popping up in the shape of the nebula. And from 16" on, it should be possible to perceive brightness nuances. With the 20 "Newton the nebula complex is easily achievable. The round shaped nebula has a notch NW, this divides the haze in 2 main parts. A part is located at the tip of the arrowhead and a second part spans the base of the arrowhead. The increasing brightness of the nebula around the stars is easy to observe and has a wispy look. The edges of the reflection nebula are fairly aligned and then suddenly very weak fanning in the background. Observation made with LPR and 188x magnification with a field of about 26 '. Estimated size of the brightest part about 4 '.



sasteria 2017