6 DEEP-SKY Features / H-beta objects observed with the 20" Newton.


Het eerste object wordt, en ik denk dat je dit al kan raden de Horsehead nebula of Barnard 33. De B33 is in feite een donkere nevel die gelokaliseerd ligt in een heldere nevel. Het is net die heldere nevel, de emissie nevel IC434 die we moeten te voorschijn toveren om het contrast met de B33 zo groot mogelijk te maken. Door het gebruik van de H-Beta filter is de IC 434 heel gemakkelijk waarneembaar. In het beeldveld van de Panoptic (1°) strekt de nevel zich over het volledige gezichtsveld. De vorm van de nevel is als een langgerekte kegel, onscherp begrenst met de tip zuidelijk gericht. Het helderste deel bevindt zich ten oosten van de tip en waaiert langzaam noordwaarts uit. Alnitak die ten noorden aansluit werkt storend, dus plaats de ster net buiten het beeldveld. Wat is er nu zichtbaar van de paardenkop nevel, Bij 62x valt de donkere nevel onmiddellijk op. De B33 neemt een hap weg in het oostelijke deel van de nevel in de vorm van een half ovaal. De donkere holte is tamelijk scherp begrensd en iets gekanteld naar het noorden. Het beste resultaat verkreeg ik met de Nagler 20mm bij 113x en een beeldveld van 42’. Duidelijke diffuse nevel die scherp begrenst is aan de oostelijke zijde. De donkere nevel vertoont een inkeping ten noorden zodat de nek en de paardenkop visueel zichtbaar worden. De omlijningen van de B33 komen zo over als een L vorm noord gericht. De OIII filter presteerde hier uitermate slecht, de UHC presteerde hier stukken beter met een duidelijke holte van de B33 in de nevel maar mist het contrast die bij de H-Beta er wel is. Een heel zwakke nevel werd perifeer waargenomen met cirkelvormige holte dit zonder filter gebruik en alsook met de LPR filter. 


The Horsehead nebula B33 and the IC434 are both two difficult nebulas to observe. You will need a very dark transparent sky to see the weak light from both. But with the use of the H-Beta filter we can make the contrast with the background a lot better. With the Panoptic at 63x and a field of 1°, I can see the IC 434 stretching over the whole field. The shape is like an elongated triangle pointed south with unsharp edges.The brightest area of the nebula is eastwards of the triangle point and diminishes slowly northwards. What can we see of the B33? The dark nebula is very obviously as a cavity in eastern part of the IC434. The shape looks like a halve oval. When I use a magnification of 113x, field 42’, I can see the Horsehead at his best. There are details in the cavity, now I can see the head and the neck of the B33. The L-shape of the B33 is pointed north. The cavity breaks the sharp edge in the east of the nebula in two parts. The IC434 is now a diffuse nebula with bright sharp edge in the East and in the West it flows out in space. Both objects where visible without the H-Beta but with advert vision! The very weak IC434 shapeless nebula showed only a circular gab in the nebula. 

Picture of the B33 taken with the 20” Newton ISO 1600  exp. 180” gives you a very good visual representation at the eyepiece.







Het volgende object de M43, deze leunt aan ten noorden van de overwelvende M42 of de Orion nevel. 

De emissie nevels M43 en de M42 hebben niet echt filters nodig om visueel zichtbaar te zijn. Ze zijn beide helder genoeg om details in te kunnen waarnemen met een telescoop. Maar een extra duwtje met een filter kan wonderen doen en als gebeten deep-sky liefhebber hoe meer details we kunnen te voorschijn toveren des te beter. De M43 vertoont zich met alle filters adembenemend, een gigantische wolk met helder kerndeel. Uitwaaierende nevelslierten doorkruisen het oppervlak en geven de nevel een 3D uitzicht. Lichtschakeringen verdelen zich over het oppervlak en ten oosten is de nevel wat scherper begrenst door een donkere stofband. De algemene vorm is licht ovaal met daarin een hint van een afgetekend gebied in de vorm van een kaarsvlam. Elk filter vertoont een ander uitzicht, maar het uiterlijk van de M43 verandert het meest met de H-Beta. Bij het gebruik van de 20mm Nagler is het net die vorm van een kaarsvlam die er nu zo duidelijk uitspringt en scherp begrenst is mits gebruik van de H-Beta filter. Doordat de kern minder helder is, zijn de donkere stofbanden in het oostelijke nevel deel duidelijk afgelijnd. De punt van de kaarsvlam is te volgen tot aan de tip en deze buigt kort af oostwaarts. Het gebied aansluitend ten oosten van de nevel dit aan de enorme donkere stofband is dan ook het scherpst begrensd. Ik zou zeggen zeker eens waarnemen en probeer die ogen eens weg te houden van de imposante pracht van de Orion nevel.

Picture taken with the 20” Newton ISO 1600 exp. 131”

The second observation of an unexpected object for the H-Beta filter is the M43. This bright nebula north against the Orion nebula is in no need for a filter, but to see his shape and surface details then a filter can provide you with beautiful unseen features. With the use of a light pollution filter, LPR or the UHC and the OIII you will have a spectacle waiting on the eyepiece. The gigantic cloud with a bright core and bright wisps of nebula gives you a 3Dimensional feeling. The differences in brightness are easy to spot and the eastern edge is well defined. Every filter gives you another impression of the M43 and this is also true for the H-Beta filter. With the use of the 20mm Nagler at 113x you can observer the flame shaped surface very well. The edges are contrasting sharp and lifting the flame shaped area out of the surrounding field. The details, like dark lanes are very obvious in the eastern parts of the M43. The tip of the flame is bended eastwards, and the eastern part of the nebula is pushing against a huge dark lane that connects the two nebulas M43 and M42 together.





Het derde object bestaat uit 3 delen, de IC2162, de SH2-254 en de SH2-257. Deze 3 emissie nevels passen in een beeldveld van circa 25’ waarvan de helderste twee de IC2162 en de SH2-257. De eerste details komen zichtbaar bij het gebruik van de UHC en de OIII,  bij een vergroting van 64 en 113 maal. De IC2162 is het helderst en vertoont zich als een diffuse wazig schijfje van circa 3’ die een sterretje omringd van magnitude 11.3. De nevel waaiert uit en is homogeen verlicht. De SH2-257 is de kleinere versie van de IC2162 met een grote van 2’ en een ingebed sterretje van magnitude 10.4. Van de SH2-254 is er niets te bespeuren. Bij het gebruik van de H-Beta filter met dezelfde vergrotingen komen pas nieuwe details zichtbaar. De IC2162 en de SH2-257 zijn duidelijk waarneembare neveltjes, randen contrasteren meer met de achtergrond, er is een kleine toename van helderheid naar het center toe. Deze 2 nevels zijn nu ingebed in een sluiernevel en zo vertonen ze zich als een geheel. De nevel volgt het sterrenpatroon in de vorm van een gebogen pijlpunt noordwestelijke gericht. De tip van de pijlpunt bevindt zich in het hart van de SH2-254. Deze vertoont zich als een vormloze nevel, grijsachtig en diffuse.

The third observation in the constellation Orion is an area that exists out of 3 separate nebulas. The IC 2162, the SH2-254 and the SH2-257. All three objects are visible in a 25’ field of view. The two brightest ones are the IC2162 and the SH2-257. The first details are visible with the use of an UHC or an OIII filter. With a magnification of 64x and 113x I can spot the IC2162 as a diffuse haze disk, size 3’.The nebula surrounds a star of magnitude 11.3. The SH2-257 is the smaller version of the IC2162 and the size is 2’ with in the centre a star from magnitude 10.4. There are no visible details from the SH2-254. Only when I put the H-Beta on, can I spot new features. The two brightest nebulas are now very easy to observe, the contrast between the edges and the background is much better. The nebulas are showing a little brighter core. The biggest change is that the two bright patches are imbedded in a weaker background nebula, this give me the impression that they have becoming one big area. This weak wisp follows an arrow pattern of stars aimed north. Just on the tip of this arrow you can find the hart of the SH2-254. To observe this shapeless grey diffuse nebula you really need the H-Beta filter.  


Eind augustus is uitstekend om Cygnus te observeren, het sterrenbeeld bevindt zich dan in het zenit. De locatie van Cygnus in de melkweg is adembenemend, doorklieft met donkere gebieden, sterrenwolken en prachtige nevels, het is een lust voor het oog. Bij het maken van een planning denkt men niet vlug aan gebieden toegankelijk voor een H-Beta filter. En toch zijn er ook van deze objecten aanwezig in andere sterrenbeelden dan de alom bekende: HorseHead nebula in Orion en de California  nebula in Perseus. Dus verruim je horizon en ga tot het uiterste met je telescoop, een must is een telescoop met kleine F/ verhouding. Enkele mooie exemplaren zijn haalbaar in Cygnus mits een donker transparante hemel en liefst een grensmagnitude van 6 of hoger. Hier in ZO-Kreta op een hoogte van 420 meter kunnen we observeren onder een hemel met een grensmagnitude die schommelt tussen 6.5 en 7. Gewapend met de 20” Newton en natuurlijk de H-Beta 2” filter gaan we op zoek naar deze gaswolken in Cygnus. Het oog is al aangepast en de telescoop bezit de omgevingstemperatuur dus laten we de spiegel maar licht verzamelen. Gebruikte vergrotingen zijn: 64x 35mm Panoptic 1°/ 113x 20mm Nagler 42’  en 188x 12mm Nagler 25’ beeldveld. 



Ons eerste object is de IC 1318, beschreven als een “Bright Nebula” gelokaliseerd vooral ten oosten van de ster “Sadr” of gamma Cyg. De nevel beslaat een groot gebied bijna exact zoals op de zoekkaart. Met een maximaal gezichtsveld van 1° moet ik het gebied doorkruisen om de verschillende neveldelen te observeren. Dit heeft ook zijn voordelen, denk maar aan het geven van een kleine tik aan de telescoop zo zie je het object bewegen in het beeldveld. Helpt heel goed bij Deep Sky observaties. Wanneer je de zoekkaart bestudeert zie je dat bepaalde gebieden een nummer bezitten. Dit nummer duidt de helderheid aan te beginnen met 1 als helderste deel en zo afdalend. Het beeldveld van de zoekkaart beslaat 2.3°x1.5° met sterren tot mag. 12. Oost is links en Noord is bovenaan van alle zoekkaarten, de helderste delen zijn enkel ingetekend ter verduidelijking. De scherpe afbakening van de ingetekende delen heeft hier geen waar beeld weer van hoe de nevel is, dit is voor iedere zoekkaart zo. 



Gebied 1: toont aan als heel duidelijk helder diffuus neveldeel. Rand van de nevel is goed zichtbaar en contrasteert heel goed met de donkere hemel. De nevel is tamelijk homogeen verdeeld en verloopt langzaam over naar zwakkere neveldelen. Heeft de indruk grijs tot zilverachtig over te komen. Heel wat heldere sterren tot mag.12 hebben zich als het ware in de nevel ingenesteld. Sterretjes tot magnitude 16 maken van de totale nevel een schitterende diamanten verzameling. 

Gebied 2: dit neveldeel toont zich wat zwakker en mengelt zich met de achterliggende donkere hemel. Nevel is nog altijd duidelijk waarneembaar en homogeen met een rand die geleidelijk overloopt in de ruimte of in het aansluitende neveldeel. De tussenruimtes in het nevelcomplex zijn goed haalbaar, dit voor alle gebieden. De drie uitwaaierende delen aansluitend aan het centrale gebied 2, zijn zonder moeite te volgen richting zuid. 

Gebied 3: heel zwakke neveldelen die een klein contrast vormen met de donkere achtergrond. De uitwaaierende neveldelen bezitten een grijsachtige massa, tussenruimtes zijn bij perifeer waarnemen goed haalbaar.

Or first object in the constellation Cygnus is the big nebula IC1318. This bright nebula is positioned east of the star “Sadr” or gamma Cyg. When I compare the size of the nebula while observing, it fits very well the area showed on the star chart program. With a maximum field size of 1° I hover between the different parts of the nebula. To move through the nebula field gives you an advantage, you can spot the edges easier. Think of the little trick by gently ticking against the telescope tube. When you look at the finder chards there will be numbers on it, those numbers represent the brightness of different nebula surfaces. Number 1 is the brightest area and so on. For all the chards of the constellation Cygnus north is up and east left. Be aware that the sharp edges of the drawn areas are not like they show in the observed field! They are just there to support the explanation. 

Area 1 shows like a very bright diffuse region in the nebula. The visibility of the edges is very good and this count also for the contrast between the background and nebula. This part of the nebula looks homogeneous and flows gently over in the surrounding area. There are a lot of stars imbedded up to a Mag. 12 and the faintest star till Mag. 16 makes it like a diamante box.

Area 2 is a weaker part of the nebula, it’s a mixture between the nebula and the background.This part is still good to observe and flows gently over to the next weaker level or in space. The dark spaces between the nebula regions are definitely there and in no need of advert vision. There are three parts flowing out in south direction. These parts are still attached against area 2 and they are easy to observe.

Area 3 is the most demised part of the complex. They only make a small contrast with the surrounded background. To discern the space between the wispy grey nebular parts, you have to use advert vision.


Ongeveer een 17° NO. hebben we de volgende nevel de IC 5146 of de "Cocoon Nebula” is heel wat zwakker. Het beeldveld van de zoekkaart beslaat 1.2° x 0.8° en bezit sterren tot mag. 15. Al staat hij beschreven als Bright Nebula perifeer waarnemen om de volledige nevel te observeren is de boodschap. De helderste delen heb ik aangeduid op de kaart. Het helderste deel kan je terug vinden ten oosten van het nevelcomplex. Dit deel heeft de vorm van een maanfase en is niet scherp begrensd en gaat langzaam over naar een heel zwak rond nevelgebied. Bij perifeer waarnemen kan ik de ronde vorm onderscheiden alsook het uitwaaierend deel ten noorden. De omvang van de Cocoon nevel komt goed overeen met de omvang op de zoekkaart.





For the second item we travel 17° NE. There we find the IC 5146 or the "Cocoon nebula". When you look at the finder chart you will see that I market the brightest parts. This brighter area with a shape of a 7 day old moon is located on the east-side of the nebula. This nebula region is gently flowing over in a very weak shapeless cloud. With advert vision I was able to discern the round shape of the nebula and also the wispy curl in the northern part. 





Terug richting Deneb en op ongeveer 3° NNO vinden we de mooie nevel IC 5076. De nevel ligt in het NO deel van de open cluster NGC 6991. Het beeldveld van de zoekkaart beslaat 30’ x 19.2’ met sterren tot mag. 15. Zeker de moeite waard om hier eens je telescoop op te richten zonder enig filter gebruik. Vergroot voldoende zodat je ongeveer een beeldveld hebt van 15’ a 25’. Je zult op de plaats waar de nevel ligt een prachtige verzameling sterretjes vinden die zich duidelijk aftekent in de grotere omliggende groep. De helderste sterren bezitten een mag.12 en de zwakste sterren een mag. 16 en meer. Alle leden vormen mooie cirkelsegmenten en vertonen lijnpatronen naar het centrum van deze cirkelsegmenten. Het is net als een deel van een fietswiel met de spaken in. De H-Beta filter maakt van deze groep sterren een mooi nevelrijk gebied. De nevel is duidelijk te observeren in het oosten, waar de helderste sterren aanwezig zijn. Dit neveldeel is ovaal en is tamelijk opvallend ten op zichtte van het resterende deel. Je zou het kunnen vergelijken met een kern van een melkwegstelsel die trapsgewijze verzwakt. De totale vorm komt over als een “L” vorm en omsluierd de volledige groep. Ik heb de nevel ingetekend ter verduidelijking op de zoekkaart maar pas op de nevel bezit geen scherpe randen zoals weergegeven door de grijze kleur. Naar mate we het helderste deel verlaten vervaagt de nevel in de donkere achtergrond en een rijk sterrenveld zoals hierboven beschreven. Perifeer waarnemen is enkel nodig om het zwakste deel van de nevel waar te nemen.


Moving the telescope in the direction of Deneb and stop at 3°NNE from the star we have the beautiful IC 5076 in our field of view. This nebula is located in the eastern part of the open cluster NGC 6991. Be for you put on any filter look at the group. Magnify enough so that you field of view is about 15’ to 25’ in size and you will be surprised of the beauty of this group. The field is filled with tiny specs of light all brighter the Mag. 12 and in the East you will find a dense part of star between Mag.13 till Mag.16 and more. This little group of stars harbors the IC5076. All the members of this small group, showing circle segments and line patterns to a common centre. My impression is that it looks like a part of a bicycle wheel drawn by stars. When I put the H-Beta filter up I immediately see a rich nebula area appear. The brightest region in the nebula is in the East  there you can find also the brightest stars. This oval shaped region is brighter then the rest of the nebula. You can compare the view with the core of a galaxy that weakens in steps to the edge. The shape of the totale nebula area is L – shaped and embeds the whole tiny group of stars. As we move away from the nebula it disappears gently in the rich surrounding cluster region. Be aware that the sharp edges of the drawn areas are not like they show in the field! They are just there to support the explanation.



Bijna 3° noordwaarts van de mooie dubbelster “Albireo” vinden we de planetaire nevel de PK64+5.1 of Campbell’s Hydrogen star. Onmiddellijk denk je een planetaire nevel komt toch meer tot zijn recht met een OIII filter! Wel, hier presteert de H-Beta filter duidelijk beter. De planetaire nevel bezit een duidelijke heldere kern die ook zichtbaar is met de OIII. In de heldere kern is de centrale ster van mag. 11.3 goed haalbaar mits voldoende kijker opening. Wat toont de H-Beta filter meer, dat is de zwakkere omliggende neveldelen die tamelijk scherp begrenst zijn. De melkachtige kleur bezit de vorm van een spoel met 3/1 verhouding. De lange as is NW – ZO gekanteld, geen gemakkelijk object waar perifeer kijken geen overbodige luxe is. Het beeldveld van de zoekkaart beslaat 30’ x 19.2’ met sterren tot mag. 15 



Almost 3° northwards from the beautiful double star “Albireo” you can find the planetary nebula PK64+5.1 or Campbell’s Hydrogen star. Normally you would think that the OIII filter thus the job better for a planetary nebula but not for this tiny object. The OIII shows you a bright core with in the centre a star from Mag. 11.3. The H-Beta hives you more detail, like a brighter core surrounded by weaker nebula parts who are well defined. The milky colourd shape is an elongated oval with a ratio of 3/1. The long axes is orientated NW-ZE. All by all not an easy object to observe.



Terwijl we in de buurt zijn van „Albireo" neem eens de tijd om de “Footprint Nebula” of Minkowski 1-92 te bezoeken. 2° NO van de dubbelster vind je deze nevel terug, volgens Megastar bezit de nevel een visuele magnitude van 11.7. Met 20” is dit neveltje met deze magnitude goed haalbaar zonder filters als een heel klein donkergrijs schijfje met ronde vorm en zonder kernverheldering. Met een grote van circa 4” is een voldoende vergroting nodig. Met de OIII zwelt het schijfje tot een homogeen ovaal verlicht vlekje ingebed in een heel zwakke nevel. Met de H-Beta strekt de achtergrondnevel zich het verst uit. Langs beide zijden van de kern kan ik uitlopers circa 4” volgen. Perifeer waarnemen toont de verste uitlopers, de overgang naar de hemelachtergrond is duidelijk waarneembaar. Op de bijgeleverde zoekkaart zie je het gebied ingetekend. Het beeldveld van de zoekkaart beslaat 15’ x 9.6’ met sterren tot mag. 15





Note that we are in the neighborhood of “Albirero” sweep you tube NO 2° from the double and there you find the “Footprint nebula” ore Minkowski 1-92. With the 20” Newton is this little nebula from Mag. 11.7 easy to spot without any filter. Visually I see a dark grey round disk without brighter core. I estimate the size 4’, use enough magnification to see this tiny object. The OIII makes the observation easier and the surface of the disk is homogeneous and embedded in a very weak nebula. With the H-Beta the background nebula stretches out further away from the core, this in both directions 4’. Advert vision pushes the nebula even a little bit further and hives you a good idea where the edges are compared with the background.




Wie aan het sterrenbeeld Auriga denkt, legt onmiddellijk de link naar de 3 mooie sterrenhopen M36, 37 en 38 en natuurlijk Alpha Capella. Maar er is meer, er bevinden zich enkele mooie sterrengroepen omhuld met emissie en reflectie nevels. Het zijn net deze objecten die je aangenaam kunnen verrassen met details die soms alleen zichtbaar zijn na lang belichten met CCD camera. Dus, laat dat zwak licht maar door uw lens schijnen of op uw spiegel weerkaatsen. Nu nog de gewenste filter en laat het oog de hersenen voeden met mooie beelden.

Who hearse’s about the constellation “Auriga” thinks immediately on the massif groups M36/37/38 and of course the bright star Capella. But there’s more, especially cluster of stars embedded in emission or reflection nebulas. Those are the objects that can surprise you with visual details that in other cases or in need of long exposures with CCD cameras.

40’ oostwaarts komen we bij de SH2-237 deze nevel ligt gesponnen rond de sterrenhoop NGC 1931. Een opvallend compact groepje, dat al wat grijze nevel prijs heeft met de LPR en de UHC. Het is een mix van beide, zowel een emissie als reflectie nevel. De OIII filter toont in totaal niets van de nevel maar de H-beta verdubbelde de nevel in omvang. De nevelige massa kwam over als een driehoek die ingevangen was langs beide zijden van sterretjes in een driehoekspatroon. De basis van de driehoek ten noorden was circa 3’, de lange zijden naar de punt gericht circa 5’. De punt van de driehoek was zuidelijk gericht waarvan de randen tamelijk scherp begrensd zijn. Het nevelige massaoppervlak vertoonde lichtschakeringen met zwakke concentraties in de vorm van slierten. Het kleine groepje sterren circa 2’ in omvang bevond zich ten westen in de nevel. Dit was ook het helderste deel van de nevel en waarschijnlijk heeft dit te maken met de reflectie nevel rond het sterrenhoopje. Om deze 2 objecten comfortabel te observeren moet je uitvergroten tot je een beeldveld bekomt van 25 a 30 minuten en tenminste een kijker opening hebben van 30cm.

40’ minutes eastwards we find the cluster NGC 1931 embedded by the SH2-237. It is a very compact group and there’s already a grey little patch of nebula to see with the LPR and the UHC. This patch is a mix of emission and reflection nebula. With the OIII there is noting what so ever, so hopeful the H-Beta will give more details. At the first look I saw that the nebula was triangle shaped and doubled in size. This region was captured on both sides by a row of stars the emphasized the shape. The base of the triangle was 3’ and the edges on both sides where about 5’, the tip of the arrow is pointed south. The edges where well defined, the nebula surface however showed differences in brightness’s concentrated in wisps of nebula. The small cluster about 2’ in size was located east in the nebula. This region was also the brightest part in the nebula due to the reflection nebula. For comfortable observing of those two objects I estimate a 12” mirror with a fast ratio.




Het volgende object zoeken we 2° noordwaarts van de M36, dit gebied van circa 1.2° x 45’ bezit 4 Sharpless objecten, de SH2-231 /232 / 233 /235. Gewapend met de Panoptic en of de 20mm Nagler + LPR filter ga ik op zoek naar het zwakke licht van deze neveltjes. Onmiddellijk valt mij op dat het een sterren rijk gebied is maar na 10’ inspanningen waaronder perifeer waarnemen en de kijkerbuis lichtjes aantikken is er van de nevels niets te bespeuren. Oké, dan maar overstappen naar de UHC, nu meer geluk het eerste neveltje wordt zichtbaar. De SH2-235 verschijnt als een zwak vormloos vlekje net tussen 2 sterretjes ingeklemd. Dan bij perifeer waarnemen is ook de SH2-231 van de partij, heel moeilijk en verreist een duidelijke locatie op de sterrenkaart om dit te vergelijken met het visuele beeld in de kijker. Bij gebruik van de OIII was er niks te bespeuren, dan maar onmiddellijk de H-Beta opschroeven en hopen dat deze meer details gaat vertonen. Eerst het oog 15” de tijd geven om aan te passen, de details worden zo langzamerhand duidelijker. Bij eender welk light pollution filter is dit aangeraden, doordat de gitzwarte achtergrond altijd een verschil maakt met je observatie omgeving. Terug naar de SH2-235 deze is nu heel duidelijk en vertoont zich als grijze ovalen nevel. Geen kernverheldering, de randen contrasteren beter met de achtergrond en de lange as is circa 7’ en de korte as 2.5’. Perifeer waarnemen is niet meer nodig voor de SH2-231, het neveltje toont duidelijk langgerekt met de lange as noord zuid gericht. Randen rafelen uit in de achtergrond, grote circa 8’ x 3’. Van de SH2-233 is er niks te bespeuren maar wel van de SH2-232. Bij het observeren van de SH2-232 moest ik onmiddellijk denken aan de M33 die ik vroeger nog heb geobserveerd met een kleine kijker. Een diffuse vormloze vlek met zwakke kernverheldering en een moeilijk te schatten grote. De donkere gebieden die zich in het noordelijke deel bevinden zijn duidelijk waar te nemen. Ze zijn niet zo scherp begrenst maar de Y-vormige figuur is duidelijk te zien. De zwakke stoflaan iets ten noordoosten is een donkere sliert die verbrokkeld overkomt in een nevelige omgeving. Zie tekening verder hieronder.



For the next object we start again from the M36 crossing space 2° northwards. There you can find 4 Sharpless objects, The SH2-231 /232 / 233 /235. Armed with the Panoptic and later the Nagler + LPR we go where no body has gone before. I noticed immediately a star rich field but from the nebulas no sign. OK. Then we try it with the UHC. More luck the first weak light becomes visible. The SH2-235 is the first one I can spot as a patch of shapeless gas captured between two stars. The SH2-231 comes to live when I use advert vision. A good star map is necessary to locate those weak clouds in space. Again the OIII was worthless, so let’s use the H-Beta to do the big job. When you change filters give your eye always the time to adapt again to the pitch-black sky that light pollution filters provide. First the SH2-235 this one is now very easy to observe as a grey oval nebula. There is no brightening to the centre and the edges are in better contrast with the background. The size is about 5’ by 2,5’. Advert vision in not a necessary anymore for the SH2-231. The nebula is defiantly elongated with the long axes is pointed NZ. The edges disperse gently in the background. From the SH2-233 there’s noting to discover but the SH2-232 give me a view like a saw about 25 years ago in a small 4,5” telescope. A shapeless diffuse patch with a weak brightening to the core, just like I observed then the M33 Galaxy. The darker area in the northern part of the nebula are visible. The Y-schaped dust lane is observable but not with very those scrape edges as shown on the picture. Then northeast I could see the other faint dusty wisp as a strain of dark pieces laying in a row surrounded by nebula.          Drawing made at Sasteria with the use of the 20" Newton and the H-beta filter.


sasteria 2015